Een van de meest gestelde vragen bij de Kamer van Koophandel en bij notariskantoren is of bepaalde branches zijn uitgesloten van het oprichten van een BV. Het korte antwoord: er bestaan in Nederland geen branches die volledig zijn uitgesloten. Toch is dat korte antwoord misleidend, want de werkelijkheid zit vol nuances. Sommige beroepsgroepen hebben te maken met strenge regelgeving, verplichte samenwerkingsvormen of toezichthouders die specifieke eisen stellen aan de rechtsvorm. Andere ondernemers ontdekken pas achteraf dat een Besloten Vennootschap fiscaal of praktisch helemaal niet zo gunstig uitpakt als gedacht. Wie zich blindstaart op de mogelijkheid om een BV op te richten, mist soms de vraag die er echt toe doet: is het ook verstandig? Dit artikel behandelt precies die vraag, branche voor branche, met concrete voorbeelden en actuele regelgeving uit 2026.
De Besloten Vennootschap is al decennia een van de populairste rechtsvormen in Nederland. Sinds de invoering van de Flex-BV in 2012 is de drempel om een BV op te richten aanzienlijk verlaagd. Er is geen minimumkapitaal van €18.000 meer vereist; je kunt starten met een symbolisch bedrag van €0,01 als aandelenkapitaal. Die laagdrempeligheid heeft ertoe geleid dat steeds meer zzp’ers, freelancers en kleine ondernemers kiezen voor een BV-structuur, ook in branches waar dat vroeger ongebruikelijk was.
De wet stelt geen branchespecifieke beperkingen aan het oprichten van een BV. Of je nu een horecazaak runt, software ontwikkelt, als consultant werkt of een bouwbedrijf hebt: de notaris kan voor iedereen een oprichtingsakte opstellen. De statuten worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en je bent klaar. De Belastingdienst maakt evenmin onderscheid op basis van branche bij het toekennen van een BTW-nummer of het opleggen van vennootschapsbelasting.
Wat wél verschilt per branche, zijn de aanvullende eisen die gelden voor de beroepsuitoefening zelf. Denk aan vergunningen, diploma-eisen, inschrijving bij beroepsregisters of toezicht door een specifieke instantie. Die eisen staan los van de rechtsvorm, maar kunnen in de praktijk wel bepalen of een BV de meest logische keuze is.
Hier zit het cruciale verschil dat veel ondernemers over het hoofd zien. De rechtsvorm (BV, eenmanszaak, VOF, maatschap) is het juridische jasje van je onderneming. De beroepsuitoefening wordt geregeld door sectorspecifieke wetgeving en beroepsorganisaties. Een arts mag een BV oprichten, maar de uitoefening van de geneeskunde wordt gereguleerd door de Wet BIG. Een advocaat kan via een BV werken, maar moet zich houden aan de regels van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Het gevolg is dat sommige beroepsbeoefenaren weliswaar een BV kunnen oprichten, maar vervolgens merken dat hun beroepsorganisatie aanvullende voorwaarden stelt. Soms is een maatschap of een praktijk-BV met specifieke clausules in de statuten verplicht. De BV-structuur is dan niet uitgesloten, maar wel ingekaderd. Dat onderscheid is belangrijk, want het betekent dat je altijd eerst de regels van je beroepsgroep moet checken voordat je naar de notaris stapt.
Hoewel geen enkele branche formeel is uitgesloten voor een BV, zijn er sectoren waar de keuze voor een Besloten Vennootschap extra aandacht vraagt. De beperkingen komen meestal niet van het ondernemingsrecht, maar van beroepsspecifieke regelgeving die bepaalt hoe je je vak mag uitoefenen en welke aansprakelijkheidsstructuur daarbij past.
In Nederland kennen we een flink aantal gereglementeerde beroepen. Denk aan notarissen, accountants, fysiotherapeuten, apothekers en dierenartsen. Voor veel van deze beroepen was de maatschap traditioneel de standaard samenwerkingsvorm. De reden is historisch: bij vrije beroepen stond de persoonlijke verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar centraal, en een maatschap weerspiegelde dat principe.
In 2026 is die situatie genuanceerder geworden. Veel gereglementeerde beroepen staan inmiddels toe dat de praktijk via een BV wordt gevoerd, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Zo moeten accountants die via een BV werken, voldoen aan de regels van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants). Notarissen opereren vaak via een praktijk-BV, maar de Wet op het notarisambt stelt specifieke eisen aan de onafhankelijkheid en persoonlijke aansprakelijkheid.
De maatschap is dus niet altijd verplicht, maar in sommige gevallen wel praktischer of zelfs de enige toegestane samenwerkingsvorm wanneer meerdere beroepsbeoefenaren samen een praktijk voeren.
Een belangrijk argument dat vaak terugkomt bij gereglementeerde beroepen is de kwestie van beroepsaansprakelijkheid. Een BV biedt in principe beperkte aansprakelijkheid: je privévermogen blijft beschermd. Maar bij veel vrije beroepen geldt dat de beroepsbeoefenaar persoonlijk aansprakelijk blijft voor fouten in de beroepsuitoefening, ongeacht de rechtsvorm.
Een accountant die een fout maakt in een jaarrekening, kan persoonlijk worden aangesproken via het tuchtrecht. Een arts die een medische fout begaat, kan niet achter de BV-structuur schuilen voor wat betreft de tuchtrechtelijke gevolgen. De BV beschermt dan wel tegen commerciële schulden (leveranciers, huur, leningen), maar niet tegen beroepsfouten. Dat maakt de meerwaarde van een BV in sommige branches kleiner dan ondernemers verwachten.
Veel beroepsbeoefenaren sluiten daarom een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af, die in sommige gevallen zelfs verplicht is. De combinatie van een BV met een goede verzekering biedt dan de meest complete bescherming.
De medische en juridische sector verdienen aparte aandacht, omdat hier de spanning tussen de BV-structuur en beroepsregelgeving het meest zichtbaar is. Beide sectoren kennen strenge toezichthouders en een lange traditie van persoonlijke verantwoordelijkheid.
Artsen, tandartsen en medisch specialisten kunnen een BV oprichten om hun praktijk te voeren. Veel huisartsen en tandartsen doen dat ook, vooral vanwege de fiscale voordelen bij hogere inkomens. De Wet BIG reguleert de beroepsuitoefening, maar schrijft geen specifieke rechtsvorm voor.
Toch zijn er situaties waarin de BV-structuur niet vanzelfsprekend is. Medisch specialisten die in een ziekenhuis werken, opereren vaak via een medisch specialistisch bedrijf (MSB). Deze MSB’s zijn doorgaans georganiseerd als coöperatie of maatschap, niet als individuele BV’s. Hoewel een specialist zijn aandeel in het MSB via een persoonlijke holding-BV kan structureren, is de daadwerkelijke samenwerking gebonden aan de regels van het MSB en het ziekenhuis.
Vrijgevestigde artsen die een solopraktijk voeren, hebben de meeste vrijheid in hun keuze voor een BV. Ze profiteren dan van het lagere vennootschapsbelastingtarief (in 2026: 19% over de eerste €200.000 winst) en kunnen via een holding-structuur vermogen opbouwen. De notariskosten voor het oprichten van een BV liggen tussen de €300 en €800 bij digitale aanbieders, wat de drempel laag houdt.
De advocatuur is een van de meest gereguleerde beroepen als het gaat om de rechtsvorm. De Verordening op de advocatuur stelt expliciete eisen aan de manier waarop een advocaat zijn praktijk mag voeren via een rechtspersoon. Een advocaat mag via een BV werken, maar de BV moet aan specifieke voorwaarden voldoen.
Zo moeten alle aandelen op naam staan en mogen alleen advocaten aandeelhouder en bestuurder zijn. De statuten moeten bepalingen bevatten over de onafhankelijkheid van de advocaat en de geheimhoudingsplicht. De Orde van Advocaten moet de praktijkrechtspersoon goedkeuren. Dit alles maakt het oprichten van een advocaten-BV complexer dan een standaard BV-oprichting.
Daarnaast geldt dat een advocaat persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk blijft, ongeacht de rechtsvorm. De BV biedt dus bescherming tegen commerciële risico’s, maar niet tegen claims die voortvloeien uit de beroepsuitoefening zelf. Veel advocatenkantoren kiezen voor een combinatie van een praktijk-BV met een persoonlijke holding, waarbij de holding de aandelen in de praktijk-BV houdt.
Niet elke ondernemer is beter af met een BV. De keuze hangt sterk af van de omzet, het type kosten en de branche waarin je opereert. Soms is een eenmanszaak simpelweg voordeliger.
De vuistregel die veel fiscalisten hanteren: bij een winst onder de €100.000 tot €120.000 per jaar is een eenmanszaak vaak fiscaal aantrekkelijker dan een BV. De reden is de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling, die samen een flink belastingvoordeel opleveren voor ondernemers in de inkomstenbelasting.
Voor branches met relatief lage marges, zoals de detailhandel, horeca of persoonlijke dienstverlening, kan dit betekenen dat een BV pas interessant wordt bij een aanzienlijke omzet. Een kapper met een winst van €60.000 per jaar betaalt als eenmanszaak minder belasting dan via een BV, waar je te maken krijgt met vennootschapsbelasting, een gebruikelijk loon (in 2026 minimaal rond de €56.000) en eventueel dividendbelasting.
Branches met hoge aansprakelijkheidsrisico’s, zoals de bouw of transport, kiezen ondanks lagere winsten soms toch voor een BV vanwege de bescherming van het privévermogen. Het is altijd een afweging tussen fiscaal voordeel en risicobescherming. Een gesprek met een fiscalist die je branche kent, is daarbij onmisbaar.
Seizoensgebonden branches, zoals evenementenorganisatie of toerisme, hebben vaak wisselende inkomsten. In goede jaren kan een BV fiscaal voordelig zijn, maar in magere jaren weegt de verplichting om een gebruikelijk loon uit te keren zwaar. Die inflexibiliteit is een reëel nadeel dat je vooraf moet meewegen.
Bepaalde branches hebben niet zozeer te maken met beperkingen op de rechtsvorm, maar met vergunningseisen die het oprichten van een BV indirect bemoeilijken. De Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is hierbij een belangrijke factor.
Gemeenten en provincies kunnen bij het verlenen van vergunningen een Bibob-toets uitvoeren. Dit geldt vooral voor branches die als risicovol worden beschouwd: horeca, coffeeshops, afvalverwerking, vastgoed, transport en de seksindustrie. Bij een Bibob-toets wordt onderzocht of er gevaar bestaat dat de vergunning wordt misbruikt voor criminele activiteiten, zoals witwassen.
Bij een BV-structuur kijkt de overheid extra kritisch naar de UBO (Ultimate Beneficial Owner): wie zit er uiteindelijk achter de vennootschap? Complexe holdingstructuren of buitenlandse aandeelhouders kunnen de Bibob-procedure vertragen of zelfs leiden tot weigering van de vergunning. Dat betekent niet dat een BV onmogelijk is in deze branches, maar wel dat je rekening moet houden met langere doorlooptijden en uitgebreidere documentatieverplichtingen.
In de praktijk zien we dat ondernemers in vergunningsplichtige branches soms bewust kiezen voor een eenvoudige structuur: één BV met een transparante aandeelhoudersstructuur. Dat versnelt de Bibob-procedure en vergroot de kans op goedkeuring. Een holding-BV met een werk-BV eronder is mogelijk, maar je moet kunnen aantonen dat de structuur een zakelijk doel dient en niet bedoeld is om eigendomsverhoudingen te verhullen.
Coffeeshops vormen een bijzonder geval. Hoewel ze in principe via een BV kunnen opereren, maakt het gedoogbeleid rondom softdrugs de situatie complex. Banken weigeren regelmatig zakelijke rekeningen voor coffeeshops, ongeacht de rechtsvorm. Zonder zakelijke bankrekening is het runnen van een BV praktisch onmogelijk. Dit is geen juridische uitsluiting, maar een feitelijke drempel die je niet kunt negeren.
De keuze tussen een BV, eenmanszaak, VOF of maatschap hangt af van een combinatie van factoren. Hier volgt een praktisch overzicht om je op weg te helpen:
Wat veel startende ondernemers vergeten, is dat je ook kunt beginnen als eenmanszaak en later kunt omzetten naar een BV. Die geruisloze inbreng is fiscaal mogelijk en bespaart je de kosten en administratieve lasten van een BV in de beginfase. Zodra je winst structureel boven de drempel uitkomt, stap je over.
De omgekeerde route, van BV terug naar eenmanszaak, is lastiger en fiscaal minder aantrekkelijk. Kies dus bewust, maar weet dat de deur naar een BV altijd openstaat, ongeacht je branche.
Wie overweegt om een BV op te richten en het proces zo soepel mogelijk wil laten verlopen, kan terecht bij UwBVoprichten.nl. Via dit platform regel je de oprichting volledig digitaal, tegen scherpe tarieven en met begeleiding van ervaren notarissen. Binnen enkele dagen is je BV operationeel, zonder gedoe met papierwerk of verborgen kosten. Bekijk de mogelijkheden via Start BV oprichting en zet vandaag nog de eerste stap.